Het ontstaan van de Nieuwe Kerk voert terug tot een wonderlijk verhaal uit het jaar 1351. De zonderlinge bedelaar Symon zat op zijn gebruikelijke plekje op de Markt, en kreeg wat te eten van ene Jan Col. Wat er toen gebeurde, had niemand verwacht…

Visioen
Plotseling scheen er een fel licht op het gezicht van Symon. De bedelaar zei tegen zijn stadsgenoot: ‘O myn uytverkooren live vriendt en siedt dy niet den Hemel open?' Samen keken ze naar boven, in de richting van het toenmalige galgenveld... Daar zagen ze in een visioen een gouden kerk, gewijd aan Maria.

Moerasgasbrandjes?
Bedelaar Symon stierf vrij snel daarna, waarop Jan Col bij het stadsbestuur begon aan te dringen op de bouw van een kerk op die plek van de Markt. Dertig jaar lang kreeg hij ieder jaar het zelfde visioen. Totdat het stadsbestuur eindelijk instemde met zijn verzoek. Het werd de tweede parochiekerk van Delft; de ‘Nieuwe Kerk'. Later is overigens wel verondersteld dat de ‘visioenen' slechts moerasgasbrandjes waren...