Diverse malen per dag klinkt een luid klingelend concert van het klokkenspel in de toren van de Nieuwe Kerk uit over de Delftse binnenstad. Het carillon speelt automatisch ieder kwartier, half en heel uur een andere ‘tune’. Bovendien wordt dit unieke instrument op gezette tijden door de stadsbeiaardier live bespeeld.

Klokspijs
In 1660 kreeg de Nieuwe Kerk voor het eerst een klokkenspel. Het begon met een serie van 36 klokken verdeeld over drie octaven. De zwaarste woog maar liefst 3410 kilo. Klokkengieter Francois Hemony goot ze uit de resten (het ‘klokspijs') van het klokkenspel uit het stadhuis. Dat raakte in 1618 zwaar beschadigd bij een brand.

Nieuwe klokken
Later volgde nog een aantal aanvullingen van het klokkenspel van Francois Hemony, onder andere door zijn broer Pieter. De gebroeders stonden bekend om de zuivere stemming van hun carillons. Pas na driehonderd jaar moesten de eerste twintig onzuivere klokken worden vervangen. ‘s Werelds grootste klokkengieterij Royal Eijsbouts goot de klokken in het oude profiel, en maakte er bovendien nog eens tien bij. Hierna stond het aantal op 48, met een bereik van vier octaven. De oude klokken zijn te bezichtigen in de toren.

Zoals vroeger
Naast een serie zomeravondconcerten en op verzoek bij huwelijken in het stadhuis, bespeelt de stadsbeiaardier het carillon op vrijdag van 19.00 tot 20.00 uur en op dinsdag en zaterdag van 11.00 tot 12.00 uur. Op dezelfde tijd speelt hij ook op donderdag; marktdag, zoals het al gebeurde toen de klokken nog in het stadhuis hingen.