De Oude Kerk kent een lange orgelgeschiedenis. Al in de zestiende eeuw beschikte de Hervormde Gemeente hier over twee exemplaren. Helaas gingen deze verloren in de stadsbrand van 1536. Ook latere orgels haalden de 21e eeuw niet. Vandaag de dag beschikt de Oude Kerk over drie pijporgels. Elk daarvan onderscheidt zich door zijn unieke bouw en klank.

Monumentaal
Het grootste orgel is het hoofdorgel, met maar liefst 2.832 pijpen. Christian G.F. Witte, afkomstig uit de bekende orgelbouwerfamilie Bätz-Witte, voltooide dit instrument in 1857. Het wordt nog iedere zondag gebruikt voor begeleiding van de gemeentezang. In tegenstelling tot eerdere Bätz-Witte-orgels is dit instrument gemaakt om ‘vol' en ‘monumentaal' te klinken.

Gesloopt
Het tweede orgel hangt in de noordbeuk. Dit instrument bevond zich oorspronkelijk in de Schoolstraatkerk, in de straat tegenover de Oude Kerk. Deze kerk - die ook wel ‘armenkerk' werd genoemd - diende na de brand in 1921 nog als noodlocatie voor de protestantse gemeente, maar werd in de jaren zestig van de vorige eeuw gesloopt.

Studentenorgel
Achterin de kerk staat een zogenoemd kabinetorgel; een klein orgel in een kast (kabinet), dat met deurtjes kan worden afgesloten. De Delftse studentengemeente schonk het in de tweede helft van de achttiende eeuw.

Luisteren?
De orgels in de Oude en Nieuwe Kerk zijn regelmatig te horen tijdens concerten. Kijk voor actuele informatie in de agenda of op de website www.kerkconcertendelft.nl.