‘Hoe genoeglyk rolt het leven, des gerusten lantmans heen, die zyn zaligh lot, hoe kleen, om geen koningskroon zou geven!’ Zo luidt het begin van ‘Akkerleven’, van dichter Hubert Korneliszoon (Huibert) Poot. Mede dankzij dit gedicht verwierf Poot een onuitwisbare plek in de Nederlandse geschiedenis.

Boerenleven
Huibert Poot was een boer uit Abtswoude, een gehucht vlak bij Delft. Al vroeg hield hij zich bezig met poëzie. In 1716 publiceerde Poot zijn eerste bundel: ‘Mengeldichten'. Hij werd in één klap razend populair. De mensen kwamen van heinde en verre voor ‘de boer die dichten kon'.

Drankmisbruik
Poot was vernieuwend, omdat hij ook zijn eigen gedachten en gevoelens verwerkte. Met gedichten als ‘Akkerleven' speelde hij handig in op het idyllische imago van het boerenleven. In 1723 verhuisde Poot naar Delft. Daar kwam hij echter in verkeerde kringen terecht en raakte aan de drank. Binnen een jaar was hij terug in Abtswoude.

Ontroerend
In 1732 trouwde Poot met zijn grote liefde: Neeltje 't Hart. Ze kregen een dochter, maar die stierf al na dertien dagen. Daarop schreef Poot het ontroerende ‘Op de doot van myn dochtertje'. Zelf stierf hij ongeveer een half jaar later.

Springlevend
Zo eindigde Poots leven op trieste wijze. ‘Hier ligt Poot, hij is dood', schreef men later gekscherend. Tot op heden blijft de herinnering aan deze bijzondere dichter echter springlevend. Niet in de minste plaats dankzij de gedenksteen in de Oude Kerk.

 

Historische tijdlijn

Sluit tijdlijn ×